Vieze praatjes

Was enige tijd geleden op een grote beurs toen de grote aandrang kwam. Urineren of persen om zijn gevoeg te doen voor slechts 50 eurocent, dus ik hoopte op een gigantische berg voor dat geld. Ik werd niet teleurgesteld.

 Het was druk bij de WC's. Ik sloot het hokje en ging zitten. Nu was de toilettenruimte voorzien van hokjes die aan de bovenkant gewoon open waren en dat stelde mij voor een probleem.

Ik had wat last van buikloop dus ik wist dat er geratel aan te pas zou komen.

Dat is met een toilettenruimte met een open bovenkant voor een ieder te beluisteren, dus ik wachtte het juiste moment af. Het horen doortrekken is vaak een ideaal moment om de persdrang te starten. Overal waren bilspleten en verontschuldigende kuchjes te horen. Links van mij hoorde ik een ongegeneerde PEEUUUTTT! en ik meende dat het moment aangebroken was om alvast wat onschuldige,overbodige lucht uit mijn zitvlak te doen ontsnappen, een gebeurtenis dat hopelijk ongemerkt in de onsmakelijke geluiden van mijn linkerbuurman verloren zou gaan. Iets van FFFFFFFF.....had ik verwacht, maar vanwege het waterige karakter van mijn boodschap was het een TRRRRRR!!!!!! en begon het proces automatisch over te gaan in fase twee en drie: het ppppersen en de onvermijdelijke PLOF. Er was geen houen meer aan. Eigenlijk was het zoiets als

TRRRRRRRRRR...PLOF!...UCHE!TRRRRRRPLOF!UCHEUCHE!TRRRR(kreun) PLOFPLOFPLOFPLOF!!!

 (Met het UCHEUCHE suggereerde ik een hardnekkig vastzittende hoest)

De hachee met uien van de vorige dag leek onnodig geconsumeerd. Tijdens en vlak na dit proces leek er in de toiletruimte een stilte te vallen, alsof iedereen zijn sluitspier aanspande om even naar deze geluidsuitbarsting te kunnen luisteren. Vervolgens liet men zich weer gaan (ja, NU hoeft het niet meer!) en begon ik een beetje beschamend aan fase vier en vijf: billen afvegen en wegwezen.

Ik heb mijn les geleerd. Voortaan ga ik in een luier naar de beurs.



In the early days kwam het buurjochie een keer bij ons eten. Of ie nog een portie zuurkool lust. Hij knikt. Uit verlegenheid. Anders is ma misschien beledigd. Vind je soms dat ik niet lekker kook, jij snotjoch?!
De volgende dag ziet ie lijkbleek. Alles kits? vraag ik. Alles kots zegt ie.

 's Nachts kwam de zuurkool er net zo hard weer uit. Blijkt ie geen zuurkool te lusten. De rookworst hield ie binnen. Goed gekookt mam.

Overkwam mij ook wel eens.
Werd door een klasgenootje uitgenodigd om bij hem te komen eten. Hachee met uien. Had dat nou eerder gezegd. Of het smaakt. Ja hoor, BWAAAH!!! In no-time heb ik het bord van mijn schoolmaatje met verse maaginhoud bedolven. Die op zijn beurt van afschuw bijna het bord van zijn vader onderkotst. Chain reaction heet dat. Voor je het weet heb je allen een lekker sausje over je hachee. Rechtstreeks van de leverancier. Mjam.

Stel. Je poept. Kan gebeuren. Bij dit ritueel behoort het kont afvegen. Daar waar de taboes eigenlijk beginnen.

 Tijdens het afvegen van het achterwerk moet er regelmatig gecontroleerd worden of er nog meer toiletpapier nodig is om deze taak te voltooien. Dit doet men normaliter door naar de hoeveelheid darminhoud op het bewuste papiertje te kijken. Men krijgt aan de hand van het observeren van de steeds geringere laag bruinsel een redelijk goede inschatting over de nog te gebruiken hoeveelheid closetblaadjes. Er kunnen zich op zo'n moment verschillende vervelende scenario's voordoen.

a. Het papier is op. Zeer onaangenaam als men nog niet aan de geringste uitwerpsellaag was toegekomen, want: wat nu? In een gelukkige situatie ligt er nog wel eens een handig van pas komend puzzel/roddelblaadje in de buurt, maar het is niet ondenkbaar dat er helemaal niets voor handen ligt. En om nu dat mooie schilderijtje...? Zorg dus voor de zekerheid voor voldoende dag-of weekbladen binnen handbereik (het AD veegt goed schoon!).

b. Het papier bereikt niet zijn bestemming. Men heeft weliswaar een stukje toiletpapier in de hand, maar dusdanig opgevouwen dat bij het schoonmaakproces de vinger tussen de twee delen van het zitvlak komt, in plaats van het bedoelde item, het papiertje. In dat geval kan men in het bezit komen van een eigenaardige,meestal hazelnootbruine vinger (soms groen; als je van boerenkool houdt).

In enkele gevallen is er op de betreffende vinger niets te zien. De twijfel wordt in dat geval meestal weggenomen door het genoemde orgaan even voor de neusholtes te brengen, waardoor men meer zekerheid krijgt over de kwestie welles nietes.



Wie wel eens mais gegeten heeft, zal ongetwijfeld tot de eigenaardige ontdekking zijn gekomen dat er tijdens de stofwisseling niets verandert aan deze Turkse tarwekorrel, en dus weer in zijn of haar geheel het lichaam verlaat. In feite heeft het dus geen enkele zin om dit voedsel te consumeren. U kunt het net zo goed gelijk in de pot leggen.

Zo. Die taboes zijn ook weer uit de weg geruimd.

Het is ook mogelijk dat de sluitspier, die ons behoedt voor het willekeurig droppen van uitwerpselen niet geheel naar behoren functioneert.
Ik kan uit eigen ervaring putten als het gaat om een goed voorbeeld.

 Mot me een partij zeiken dat wil je niet weten. Helaas kan ik van de eigenaar van de winkel waarin ik mij op dat moment bevindt geen gebruik maken van het daarvoor bestemde hokje onder het motto: Ja, dan gaat iedereen bij ons plassen straks!
Tja...van heinde en verre komen ze naar deze winkel omdat er hier geurineerd mag worden, daar zit wat in.
Maar goed,ik moet het goedje toch kwijt en omdat de winkelier mij verder wel een aardige vent lijkt, besluit ik niet in het pashokje te piesen.

 Ik loop naar buiten en laat mijn hondje uit in een struik. Omdat wildplas verboden is, tenzij je een hond bent, dan mag je immers de hele straat onderpoepen cq plassen, kijk ik om mij heen of er niet toevallig een wetsdienaar langs loopt. Immers, de wet van Murphy leert dat de waarschijnlijkheid dat iemand op je let recht evenredig is met de stomheid van datgene waar je mee bezig bent. Ik zet wat extra druk om de gelige vloeistof wat sneller uit mijn jongeheer te persen en FLATSJ!

Flatsj? Ja Flatsj. Een gigantische vlaai in de achterzijde van mijn onderbroek. Niet voor lang, want de smurrie glijdt langs mijn been naar beneden.

  Ik blijk aan de racekak, en het beetje perskracht dat ik op mijn sluitspier zette was voldoende om pardoes een waterige massa uit mijn zitvlak te produceren.
Omdat ook hier Murphy's wil wet was (ik was op de fiets, vele kilometers van huis, geen ondergoed verkopende zaak in de buurt en ik had ook even geen reserve-ondergoed in mijn fietstassen liggen) stapte ik snel op mijn fiets om huiswaarts te keren.
Ga maar es op een zadel zitten als je in je broek gepoept hebt. Geen pretje. Ik stonk ook nog es een uur in de wind. Tegen de wind om precies te zijn. Met de luchtstroom blazend in mijn gezicht liet ik iedere fietser in de haast en mijn heimwee naar huis achter me. Het moet voor hen een ramp geweest zijn, tenzij ze verkouden waren.
Toen ik thuis kwam zat mijn onderlichaam onder de uitwerpselen, maar ik zal je de vieze details besparen. Je moet nog eten. Ik heb wel weer een les geleerd.



Okay, ik heb tegenwoordig een kurk in me reet, so what?!

Voorlopig heb ik het even gehad met poep en plaspraatjes als jullie het niet erg vinden. No shit today, ik wil het hebben over de neus. En dan vooral inhoudelijk.

 Vroeger toen ik nog alleen woonde kon het me niet zoveel deren als er een puinhoop op mijn kamer ontstond. Het voordeel van slordig zijn is dat je voortdurend interessante ontdekkingen doet.
Dirk, een goede vriend en buurman,maakte net als mij een klerezooi van zijn kamer. We konden elkaar zonder verontschuldigingen tussen het grof vuil opzoeken.

  Het kon me niet bommen als er een slijmerig groen voorwerp afkomstig uit mijn reukorgaan in de hoek van Dirk's kamer belandde, zolang hij de bellen die uit zijn neus hingen onder mijn tafel smeerde.

Tegenwoordig ben ik getrouwd. En dan dien je de neusresten in de (groene?) bak te deponeren en je scheten in te houden. Althans tijdens de imponeerfase.
Gedurende die periode doe je je beschaafd voor. Alsof je manieren geleerd hebt. Als je haar eenmaal gewonnen hebt wordt het keurig met je hand voor je mond hoesten weer een roggel tegen de muur. Zakdoek voor je neus wordt sliert tegen plafond. Scheet inhouden wordt juist hopen dat ie flink knettert en meurt.
Behalve bij ons , want wij BLIJVEN beschaafd. Zo zijn wij opgevoed.
Shit. Ik moet poepen.
Later een uitgebreid verslag van deze gebeurtenis. Als je geluk hebt.



Winderigheid. Een onderwerp dat ik naar mijn mening nog niet voldoende uitgemolken heb. Bij deze.

 We weten allemaal dat honden een uitstekend reukorgaan hebben. Maar hoe is het gesteld met de mens?
Omdat ik daar benieuwd naar ben doe ik zo af en toe een test om daar achter te komen. Getest wordt o.a. de reactiesnelheid waarmee geroken wordt,en of er uberhaupt wel een reactie plaatsvindt.

Een dag voor een braderie of markt eet ik altijd het liefst chili con carne. Dat doe ik om de volgende dag wat winderigheid toe te kunnen voegen aan het zich aldaar bevindende volk,om daarmee een aantal feiten vast te kunnen stellen.

Op het moment van de winderigheid moet ik hoesten. Dit om mogelijke bijbehorende geluiden te camoufleren,opdat men niet bij voorbaat de dader van de winderigheid kan aanwijzen. Als ik na de hachee een drillerige frambozenpudding naar binnen werk is deze voorzorgsmaatregel vaak overbodig; het volume van de winderigheid blijkt dan reuze mee te vallen. Meer een soort PFFFFFFFT.
Omdat de winderigheid na de ontsnapping uit de bilspleet nog uit de broek moet trekken om goed geroken te worden blijf ik iets langer staan, zodat er optimaal van geprofiteerd kan worden.Na het laten van de winderigheid begeef ik mij naar een schaduwrijk plekje,om vandaaruit onopvallend te kijken wat er op de bewuste plek plaatsvindt.

 Opmerkelijk is dat als de winderigheid zich rond een viskraam begeeft, de lucht lijkt op te gaan in de zich daar heersende geurheid. De oorspronkelijke geur valt niet op,zodat de test bij voorbaat mislukt lijkt. Winderigheid met makreellucht veroorzaakt bv. een wat zure zalm-achtige geur, en ook daar zijn bij een viskraam vast wel wat liefhebbers voor te vinden, waardoor ik de verkoop van deze vissoort weer stimuleer. Dus doe ik een viswijf af en toe een gunst om er een te laten in haar nabijheid.
Het liefst doe ik deze test bij windstilte, omdat de losgelaten vluchtige stinkstof dan langer in de lager gelegen atmosfeer blijft hangen, waardoor er dus ook langer getest kan worden.

  Er zijn gezichten die me niet bevallen. Extreem chagrijnig uitziende personen volg ik tot ik de winderigheid voel opkomen. Vervolgens loop ik tijdens en kort na de winderigheid om de betreffende persoon heen, zodat er geen ontsnappingsroutes zijn. Vervolgens geniet ik twee kraampjes verder van het marktpubliek dat hem net zo chagrijnig aankijkt tijdens het passeren. De viezerik.

Tot mijn verbazing zijn er ook mensen die de lucht wel lijken te waarderen. Ik zie ze althans met snuivende neus en een hongerig gelaat mijn winderigheid passeren.
Misschien begin ik ooit zelf wel een kraampje.

De bad boy

Deed vroeger op school es mee aan een speelfilm. Een friller. Ik heb het kortste stokje dus ik ben de bad boy.


De bad boy had geloof ik zijn vrouw vermoord door haar van de trap af te mieteren.  Had ze m'n sloffen en krantje maar klaar moeten leggen.   Vervolgens moest filmheld Slimme Henkie de zaak maar oplossen. Er waren niet veel aanwijzingen; een lijk onder aan de trap (blijf nou even stil liggen trut!), een niet al te verdrietige echtgenoot met minnares en een levensverzekering afgesloten op het slachtoffer, ten gunste van manlief. De ingredienten van een gemiddelde Derrick. Tijdens een ondervraging wordt het mij te heet onder de voeten.
'Geef het maar toe, je hebt haar vermoord!'   'Maar Slimme Henkie toch, hoe kun je dat nou denken?  Ik haar van hield! En... CUT!
ACTION!
'...dat nou denken? Ik hield van haar! En deze vrouw ken ik niet, met sex heb ik geen haar bedreven!' CUT!
O wat was ik goed in het spelen van iemand die zijn tekst kwijt was. Het enige wat mij nog restte was vluchten. De bedoeling was duidelijk. Open de buitendeur en vlucht naar de overkant van het plein, alwaar zich een in theorie te nemen hindernis bevindt in de vorm van een hek. Maar zover kom ik niet. Het schot in mijn rug zal mij ter aarde doen storten. 

Okee eerst de buitendeur open. Iets te hard. Glasgerinkel.   Je moet iets over hebben voor een goede film hoor.  Ik begin te rennen. Bij het hek aangekomen wacht ik op het genadeschot in mijn rug. Maar ik hoor niets. Een Blokker-pistool maakt wat minder herrie dan een Magnum besef ik en op de gok plof ik maar op de grond. Vanwege mijn acteertalenten ben ik op slag dood.
Laat deel twee dan maar zitten jongens.

Kerstboom

Lees ik in De plaag van de ijswind van Ronald Naar dat ze tijdens hun skitocht dwars door Antarctica in December een kerstboom hebben opgezet. Poeh...op ski's met  zwaar beladen sleeen vol met voedsel voor 100 dagen,brandstof,tent, moet er ook nog een kerstboom mee.  Je sleept je de klere!

Blijkt dan wel een boompje in zakformaat,maar toch.... Als ik tijdens een dergelijke expeditie perse Sinterklaas wil vieren,neem ik wel een compleet tuinhuis met open haard-bouwpakket  mee. Zwarte Piet moet immers door de schoorsteen.

Paasdienst

Vanmorgen met Son en Mike naar de Paasdienst.   Dominee hield een voorbeeldige preek. Het ging over monsters die de wereld over wilden nemen. Mijn droom dan tijdens die preek.

Collecte vind ik altijd heerlijk. Het levert me altijd zeker zo'n vijf euro op, zo'n graai in het zakje. NEE HOOR, KERKBESTUUR! GEINTJE! TIEN EURO ERIN  HOOR!

De commercie is tegenwoordig ook al in de kerk geslopen zeg. Zegt de dominee: Gij zult uw bloedworst kopen bij slagerij van Kampen op de Hessenweg!           Na de dienst een kop koffie en een praatje. Hoe vond je de preek? Euh...ja geweldig! Vooral dat gedeelte over God en zo! Dat sprak me wel aan!

Tijdens de dienst weer uit volle borst meegeplaybackt gezien mijn geringe of in het geheel niet aanwezige zangkwaliteiten. Ik zat naast de opname-apparatuur. Extra reden om mijn klep te houden. Anders zitten al die oudjes die thuis de dienst beluisteren zich af te vragen of hun cassetterecorder soms onregelmatig loopt. Nee hoor, dat is Frenz die zit te zingen.

Lied 32 in C-mineur. Okay. Even mijn keel schrapen.

King of(f) the road

Tijd gewerkt voor Pearl,toen nog Brilmij geheten. Mijn werkvloer bevond zich voor het kantoor van de Grote Baas, die zo een goed overzicht had van mijn werklust. Of gebrek aan.
Ik was een harde werker, gedisciplineerd en met oog voor detail. Als ie keek dan. En omdat ie vaak afwezig was kon ik achterstallige slaap inhalen,ook nuttig.

Toen een half jaar gewerkt voor een koeriersdienst. Des nachts met een bestelbus door het ganse land. Geen Big Boss om je heen. King of the road!
Collega's kon je ze niet noemen op het werk. Pikken geen nieuwkomers. Na een week een briefje op de voorruit. Vieze hondekop rot op! lees ik.
Snap er niets van. Heb me gewassen vanmorgen.
We laden de auto en we smeren 'm. Nauwelijks tijd om je te ergeren aan iemand zou je zeggen. Sommigen kijken wel altijd bedrukt naar me of gooien afval in mijn busje. Maar goed, er zal wel een goede reden zijn waarom ze alleen werken. Geen collegiaal gevoel. Richeltuig.


Ach wat klaag ik. Lekker op de weg. Muziekje,airco. Wat wil je nog meer.
Mij zul je niet horen.

Op een nacht bijna een ongeluk op de A12. Het is glad op de linkerbaan. Ik zie het niet. Ben moe.
Mijn bus begint bij een inhaalmanoeuvre te slingeren en rondjes te draaien. Dat was het dan denk ik. Zeg maar dag met je handje.
Ik kom tussen twee paaltjes tot stilstand. Geen schade. Niets aan de hand.

 Ben wel klaarwakker. En ik zat net zo lekker te slapen.

Word in Leeuwarden gesneden door notabene je beste vriend. Een politiewagen dus.
Wagen blijft achter me rijden. Ik draai me om en lees POTS!
Voor hun altijd.

 Vraag me af wat ik fout deed. Niets.
De agent kwam zich verontschuldigen voor zijn rijgedrag. Nou vraag ik je!?#!^^$!?/*+?!
Rare lui die Friezen.

Het nadeel van koerieren in een busje met daarop vetgedrukt naam en telefoonnummer van je bedrijf is wel dat je vervelende verkeersgangers moeilijk bepaalde tekens kunt geven die je gemoedstoestand verraden zonder het risico te lopen dat ze het lekker aan je baasje doorklikken.

  En aangezien mijn baas van mij verlangde dat ik mij als een soort Roadrunner over de weg voortbewoog, gezien de achterlijk snelle tijden waarop hij mij terug wenste te zien, zat ik vaak schuimbekkend achter het stuur in de file. Miep miep. En zet dan maar eens een kerstmuts op. Jawel,bedrijfsvoorschrift met de feestdagen.


Ach wat klaag ik. Lekker van de weg. Mij zul je niet horen.